Blauwalgen zijn bacteriën die in
oppervlaktewater voor kunnen komen en die, in grote
hoeveelheden, er uit zien als wier. Tijdens een periode van warm weer kunnen er in korte tijd heel veel blauwalgen
groeien. De algen gebruiken veel van de zuurstof in het
water, waardoor er weinig overblijft voor
waterdieren zoals, bijvoorbeeld, vissen.
Omdat ze, in hoge concentraties, stoffen
kunnen produceren die irritatie en
ziekteverschijnselen kunnen veroorzaken zijn ze in water
waar recreanten er intensief mee in contact komen, zoals
bijvoorbeeld bij zwemmen en spelen in het water,
ongewenst.
Op de pagina blauwalgen
meer informatie over o.a. de omstandigheden waarin
blauwalgen zich kunnen ontwikkelen.
|